Naar hoofdinhoud
Onverminderd het gestelde in artikel 6, kan het college aan een bedrijf op aanvraag een bedrijfsvergunning verlenen voor het vergunninggebied waarin hij gevestigd is, indien: deze houder van een motorvoertuig of brommobiel is of, aangetoond wordt dat de houder van het motorvoertuig of brommobiel waarvoor door het bedrijf een vergunning wordt aangevraagd in dienst is bij dat bedrijf en het bedrijf gevestigd is in een gebied waar het parkeren met een vergunning mogelijk is, zoals gedefinieerd in artikel 3 van dit besluit. Het maximale aantal bedrijfsvergunningen dat aan een bedrijf kan worden verleend bedraagt voor een adres: in de sectoren C, F en M: 2 vergunningen, in de sector E: 1 bedrijfsvergunning met onbeperkte geldigheidsduur en 2 bedrijfsvergunningen ma-zo, dagelijks van 07.00 tot 19.00 uur, in de overige sectoren: 1 vergunning. Indien de aanvrager beschikt zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorzieningen wordt dit aantal eigen parkeervoorzieningen in mindering gebracht op het aantal vergunning waarop het bedrijf conform het tweede lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken. Ten gevolge hiervan worden de locaties zoals opgenomen in tabel 1 op de van dit besluit deel uitmakende bijlage 1 uitgesloten voor de uitgifte van bewoners- en bedrijfsvergunningen, Indien de aanvraag een locatie betreft waarbij in contractuele voorwaarden ten tijde van aankoop en/of (her)ontwikkeling van een locatie expliciet is opgenomen dat toekomstige bewoners/gebruikers niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning, worden deze locaties uitgesloten voor de uitgifte van bewoners- en/of bedrijfsvergunningen. Ten gevolge hiervan worden de locaties zoals opgenomen in tabel 2 op de van dit besluit deel uitmakende bijlage 1 uitgesloten voor de uitgifte van bewoners- en bedrijfsvergunningen, Indien de aanvraag een locatie betreft die omgevingsvergunningplichtig is en waarbij ten tijden van de (her)ontwikkeling van een locatie expliciet is opgenomen dat de toekomstige bewoners/gebruikers niet in aanmerking komen voor een bewoners en/of bedrijfsvergunning, worden deze locaties uitgesloten voor de uitgifte van bewoners- en/of bedrijfsvergunningen.Ten gevolge hiervan worden de locaties zoals opgenomen in tabel 3 op de van dit besluit deel uitmakende bijlage 1 uitgesloten voor de uitgifte van bewoners- en bedrijfsvergunningen, Onder een eigen parkeervoorziening wordt in ieder geval verstaan: een oprit op eigen terrein met een minimale lengte van 5,50 meter en een breedte van 2,50 meter; een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg; een parkeerplaats - huur of koop - op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager; een parkeerplaats die vermeld staat in het door het college vastgestelde overzicht van POET. Indien op het betreffende adres reeds een of meerdere bewonersvergunningen is (zijn) verstrekt wordt het aantal verleende vergunningen in mindering gebracht op het aantal vergunningen waarop een bedrijf ten behoeve van het betreffende adres conform het tweede lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken. In afwijking daarvan geldt voor de sector E dat indien op het betreffende adres een of meerdere bewonersvergunning(en) is (zijn) verstrekt, dit aantal in mindering wordt gebracht op het aantal bedrijfsvergunningen met onbeperkte geldigheidsduur waarop het bedrijf ten behoeve van het betreffende adres conform het tweede lid van dit artikel aanspraak zou kunnen maken. Een bedrijfsvergunning wordt verstrekt aan een bedrijf. Dit bedrijf kan zelf bepalen welke kenteken hij digitaal koppelt aan de bedrijfsvergunning. Een bedrijfsvergunning is een vergunningjaar geldig. Na een vergunningjaar dient er opnieuw een aanvraag te worden ingediend. Aan de bedrijfsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot het gebruik van de vergunning en beperkingen zowel met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan houders van motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, met dien verstande dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld, waarbij gelijk hierbij betrekking heeft op het parkeergedrag annex de parkeernoodzakelijkheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel