De parkeerregulering heeft mede als doel om de beschikbare parkeerplaatsen zo goed mogelijk te benutten. Optimale benutting vindt plaats bij dubbelgebruik. Een en dezelfde parkeerplaats kan op verschillende momenten door verschillende personen worden gebruikt. Daarnaast zijn nooit alle bewoners gelijktijdig aanwezig. ’s Avonds zullen er meestal meer thuis zijn dan overdag. Voor werknemers geldt het omgekeerde. Als het gebruik van de parkeerplaatsen in een gefiscaliseerde situatie bekend is, kan het aantal te verstrekken vergunningen daarop worden afgestemd.
Wanneer er in een gebied voor het eerst parkeerregulering wordt toegepast zijn er geen gegevens bekend over het gebruik van de parkeerplaatsen in een gefiscaliseerde situatie. Voor een periode van maximaal 15 maanden is het aantal vergunningen gerelateerd aan het aantal parkeerplaatsen dat is gefiscaliseerd. Voor de uitgifte van vergunningen aan bewoners wordt een percentage van 90% en voor bedrijven een percentage van 30% aangehouden. Als op korte termijn na invoering reeds blijkt dat er een grote leegstand is, dan kan men snel beslissen om extra vergunningen uit te geven, eventueel na het houden van een parkeertelling. Het is dus niet zo dat de 15 maanden moeten worden afgewacht. Dit is slechts een maximum periode waarin het feitelijke gebruik moet zijn bepaald.
Artikel 5.
Wijze van vaststellen van het aantal maximaal uit te geven vergunningen.
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit op grond van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2019