• - Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:
    • - op verzoek van de vergunninghouder
    • - of ambtshalve:
      • - wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
      • - wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning;
      • - wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
      • - wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
      • - wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
      • - om redenen van openbaar belang;
      • - bij niet tijdige betaling en zonder reactie op de daarop volgende aanmaning.
  • - Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder iv of v wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder, binnen 12 maanden na intrekking, geweigerd.
  • - Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder vii wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na het indienen van een nieuwe aanvraag.