Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder
of ambtshalve:
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang;
bij niet tijdige betaling en zonder reactie op de daarop volgende aanmaning.
Indien de parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder iv of v wordt een aanvraag voor een parkeervergunning door dezelfde vergunninghouder, binnen 12 maanden na intrekking, geweigerd.
Indien een parkeervergunning is ingetrokken op grond van lid 1 sub b onder vii wordt uitsluitend een nieuwe vergunning verstrekt na het indienen van een nieuwe aanvraag.
Artikel 7.
Intrekken of wijzigen parkeervergunning
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit op grond van de verordening Parkeren en Parkeerbelastingen 2019