Naar hoofdinhoud
Het college stelt vast: dat op plaatsen bedoeld onder I, de parkeerapparatuur in werking gesteld dient te worden bij aanvang van het parkeren door het inwerpen van muntstukken van: € 0,10, € 0,20, € 0,50, € 1,00 en € 2,00 dan wel door middel van een bankpas of creditcard, of d.m.v. een parkeerkaart; dat er tenminste zoveel muntstukken in de parkeerapparatuur dienen te worden geworpen als nodig zijn en/of het saldo op de gebruikte bankpas of creditcard dient tenminste zo groot te zijn als nodig is om de gewenste parkeerduur te kunnen parkeren.

Rechtspraak bij dit artikel