Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ontstaan van de belastingschuld

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2019

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon en/of RTP-card inloggen op de centrale computer. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning of ontheffing wordt verleend. 3.. Indien de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Indien de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b in de loop van het belastingjaar eindigt, dan bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel