Naar hoofdinhoud
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. Indien burgemeester en wethouders vaststellen dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kunnen burgemeester en wethouders besluiten handhavend op te treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van de bepalingen zoals vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld maar dat hiervoor een vergunning of instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en hun overige wettelijke bevoegdheden zijn burgemeester en wethouders bevoegd het instemmingsbesluit of de vergunning in te trekken, dan wel de werkzaamheden stil te leggen indien: er wordt gewerkt zonder vergunning, instemmingsbesluit of zonder melding; de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; na het verlenen van de vergunning of het instemmingsbesluit naar het oordeel van burgemeester en wethouders gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning of het instemmingsbesluit onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de vergunning of het instemmingsbesluit niet kan worden tegemoetgekomen; er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit; er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels; er wordt gewerkt in strijd met het geldende breekverbod.

Rechtspraak bij dit artikel