De rekenkamercommissie bestaat uit vijf leden die door de raad op de volgende wijze worden aangewezen:
twee leden worden door de raad uit zijn midden aangewezen voor een periode die gelijk is aan de zittingsduur van de zittende gemeenteraad; de raad wijst voor ieder lid een plaatsvervanger aan;
drie leden worden door de raad van buiten de kring van zijn leden aangewezen op voordracht van de rekenkamercommissie voor een periode van vier jaar; deze leden kunnen door de raad op voordracht van de rekenkamercommissie een keer worden herbenoemd voor een aansluitende periode van vier jaar.
De rekenkamercommissie stelt voor de externe leden als bedoeld in het eerste lid onder b een rooster van aftreden vast en brengt dit ter kennis van de gemeenteraad.
De gemeenteraad wijst uit de drie externe leden een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.