Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet af van verdere terugvordering van te veel of ten onrechte genoten bijstand indien de belanghebbende: gedurende 3 jaar (36 maanden) op zijn geldlening of niet verwijtbare vordering heeft afgelost of gedurende 10 jaar (120 maanden) op zijn verwijtbare vordering heeft afgelost; gedurende 3 jaar (geldlening of niet verwijtbare vordering) of gedurende 10 jaar (verwijtbare vordering) niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan, maar de achterstallige aflossingen over deze periode alsnog ineens voldoet; gedurende 5 jaar (geldlening of niet verwijtbare vordering) of gedurende 10 jaar (verwijtbare vordering) geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment nog gaat verrichten; een bedrag van ten minste 50% van de restsom ineens voldoet (bij geldlening of niet verwijtbare vordering). 2.. Het vorenstaande is niet van toepassing bij vorderingen die door een pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt (vestiging pandrecht of krediethypotheek) voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel