Naar hoofdinhoud
1.. Als de belanghebbende geen bijstand ontvangt en verzoekt om een aflossingsregeling, kan hiermee worden ingestemd als de vordering in 36 maanden afgelost kan zijn en het aflossingsbedrag minimaal € 50,00 per maand bedraagt (geldlening of niet verwijtbare vordering). 2.. Bij een gegrond vermoeden dat de aflossingscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd kan het college een onderzoek instellen naar de draagkracht. 3.. Indien nodig wordt op basis van de uitkomsten van het in het tweede lid genoemde draagkrachtonderzoek het aflossingsbedrag gewijzigd vastgesteld. 4.. Wanneer de belanghebbende niet meewerkt aan het onderzoek zoals genoemd in het tweede lid, wordt het aflossingsbedrag ambtshalve, met inachtneming van de wettelijke grenzen, vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel