Bij de uitoefening van de in artikelen 2 en 3 bedoelde bevoegdheden zijn de volgende voorschriften van toepassing:
Bij de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in dit besluit, worden de bijzondere bepalingen die opgenomen zijn in de omschrijving van de overgedragen bevoegdheden, in acht genomen.
Onverminderd het bepaalde in I. worden bij de uitoefening van bedoelde bevoegdheden, wet- en regelgeving, aanwijzingen, beleidsregels, circulaires van rijks-, provinciale en gemeentelijke organen, alsmede algemene of specifieke aanwijzingen van het ter zake bevoegde bestuursorgaan in acht genomen.
Indien met betrekking tot de uitoefening van een bevoegdheid geen concreet beleid vastgelegd of van toepassing is, wordt de bevoegdheid overeenkomstig hetgeen ter zake gebruikelijk is binnen de gemeente Leusden uitgeoefend en voor zover dit past binnen het kader van verantwoordelijkheid van het betrokken afdelingshoofd;
- Bij twijfel gebruik van bevoegdheid, overlegt de gemandateerde met de mandaatgever over de uitoefening van de bevoegdheid.
Hoofd P&O informeert de portefeuillehouder mondeling over bijzondere mandaten.
Hoofd RO informeert de portefeuillehouder over de mandaatbevoegdheid genoemd in G5 en heeft voorafgaand overleg over twijfelgevallen.
Ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden met financiële consequenties geldt dat de (meerjaren-)begroting hierin moet voorzien.
In geval van afwezigheid van een functionaris, aan wie op grond van dit besluit bevoegdheden zijn toegekend, is de volgende algemene vervangingsregeling van toepassing:
de directeur-secretaris en de directeur BJZ vervangen elkaar over en weer;
bij afwezigheid van een afdelingshoofd treedt een van de andere afdelingshoofden of directeuren in zijn/haar plaats volgens het met de algemeen directeur/gemeentesecretaris afgestemd vervangingsschema (bijlage 3). Wijzigingen in het vervangingsschema worden ter kennis van het college gebracht;
bij afwezigheid van de commandant brandweer treedt de plaatsvervangend commandant brandweer of de directeur bestuurlijke en juridische zaken in zijn plaats.
Een bevoegdheid, als bedoeld onder II. van de mandatenlijst, wordt niet uitgeoefend wanneer:
in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de gemachtigde met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen, dan wel er geen eensluidend ambtelijk advies is;
het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid;
uitoefening buiten het taakveld en kader van verantwoordelijkheid van de betrokken afdeling en/of de medewerker strekt;
het de beslissing op een bezwaarschrift betreft;
als gevolg daarvan een overschrijding van budgetten of kredieten, opgenomen in de begroting, zou plaatsvinden;
de gemachtigde zelf belanghebbende is of het een aangelegenheid betreft die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat; In dat geval wordt de aangelegenheid ter besluitvorming voorgelegd aan het college;
het ter zake bevoegde bestuursorgaan te kennen geeft de bevoegdheid zelf te willen uitoefenen;
de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet (besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen), onder f (voeren van rechtsgedingen en het maken van bezwaar), onder g (voorbereiding civiele verdediging), onder h (vaststellen, wijzigingen, instellen van jaarmarkten en marktdagen) ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben, of indien de raad vooraf om inlichtingen verzoekt
voorzienbaar is, dat het besluit bestuurlijk/politiek gevoelige consequenties kan hebben;
de gemandateerde om welke reden dan ook betwijfelt of van het mandaat gebruik mag of moet worden gemaakt;
er een vermoeden bestaat van schending van integriteit.
De bevoegdheden bedoeld onder II. van de mandatenlijst worden door de gemandateerde uitgeoefend namens het ter zake bevoegde bestuursorgaan.
In geval van uitoefening van bevoegdheden, namens het college of namens de burgemeester, worden uitgaande bescheiden als volgt ondertekend:
Namens het college van Leusden / Namens de burgemeester van Leusden,
[handtekening]
[naam]
[functienaam]
In geval van uitoefening van bevoegdheden, als bedoeld onder II. lijst F no. F38 namens de minister en de burgemeester, worden uitgaande bescheiden als in de wet voorgeschreven ondertekend.
Het college draagt de onder I. van de mandatenlijst genoemde bevoegdheden op aan een van de leden van het college. De bevoegdheid dient op naam en onder verantwoordelijkheid van het college te worden uitgeoefend. Indien de regeling of wet zich daartegen verzet kan van het mandaat geen gebruik worden gemaakt. In geval van uitoefening van bevoegdheid, als bedoeld onder I. no. 1. van de mandatenlijst, namens het college van burgemeester en wethouders door de portefeuillehouders, worden uitgaande bescheiden als volgt ondertekend:
Namens het college van Leusden,
[handtekening]
[naam]
[functienaam: de wethouder van gevolgd door de portefeuilleomschrijving]