De aanvrager, die passagier is, komt in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats indien:
**1..** De aanvrager in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart (type passagierskaart);
**2..** De aanvrager in zijn woon- (of werk)situatie niet alleen kan worden gelaten na het uitstappen uit het voertuig, gedurende de tijd die de bestuurder (in de regel) nodig heeft om het voertuig (elders) te parkeren;
**3..** De noodzaak tot het niet alleen gelaten kunnen worden, zoals bedoeld in lid 2, wordt aangetoond door een onafhankelijk medisch specialist, niet zijnde de eigen of andere huisarts;
**4..** In de directe woon- (of werk)omgeving van de aanvrager, dat wil zeggen binnen een afstand van 100 meter vanaf de (voor-)deur van zijn woning/werk, of binnen de op grond van het onderzoek naar de (sociaal-)medische beperkingen vastgestelde loopafstand van de aanvrager, naar het oordeel van het college in het algemeen onvoldoende, voor de aanvrager geschikte parkeergelegenheid beschikbaar is;
**5..** Op grond van het verkeerskundig onderzoek wordt vastgesteld dat het uit verkeerstechnisch oogpunt mogelijk is om in de lid 4 bedoelde woon- (of werk)omgeving of loopafstand een gehandicapten-parkeerplaats aan te duiden of aan te leggen;
**6..** de aanvrager niet beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein, zoals een erf, garage of eigen oprit;
Artikel 4.