Naar hoofdinhoud
Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of een wijzigingsvergunning wordt ingediend en de bouwkosten, genoemd in titel 2, hoofdstuk 2 van de tarieventabel, op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, wordt een voorlopige vordering opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering, rekening houdend met de bijzonderheden van de betreffende aanvraag, vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige vordering moet bij gereed melding van het gebouwde op eerste verzoek van het bevoegd gezag gevolgd worden door een kennisgeving van het definitief gevorderde bedrag. Ter bepaling van de hoogte van die definitieve vordering kunnen de definitieve bouwkosten door de gemeente opgevraagd worden bij vergunninghouder. Opgave van de definitieve bouwkosten dient, wanneer de kosten van een verbouwing de € 50.000 overstijgen, door een registeraccountant akkoord te zijn bevonden, dan wel te zijn afgedekt door een verklaring die daaraan door het college van burgemeester en wethouders gelijk te stellen is

Rechtspraak bij dit artikel