**1..** De ouderbijdrage voor de activiteiten in artikel 3 lid 1 onder a en b wordt als volgt berekend:
Ouders betalen voor peuteropvang voor elk uur een inkomensafhankelijke ouderbijdrage aan het kindercentrum. Deze ouderbijdrage is het door het kindercentrum gehanteerde uurtarief minus toelage die een ouder in de rijksregeling zou krijgen.
Ouders betalen voor de voorschoolse educatie voor de eerste twee dagdelen, met een maximum van 5,5 uur per week, een inkomensafhankelijke ouderbijdrage als onder a. Voor het derde en vierde dagdeel, met een maximum van 5,5 uur per week, betalen zij geen bijdrage.
Ouders met een gezamenlijk inkomen tot €18.850,- per jaar betalen een bijdrage van € 0,75 per uur.
Ouders van een kind dat in 2018 al in de voorschool zat betalen voor dat kind €0,75 per uur tot het kind naar school gaat. Dit geldt niet voor eventuele broertjes of zusjes die in 2019 of later beginnen in de voorschoolse educatie.
**2..** De subsidie voor activiteiten in artikel 3 lid 1 onder a wordt als volgt berekend: Aantal uren bezette kindplaatsen peuteropvang (A) maal het maximum uurtarief uit de rijksregeling (B) minus de ouderbijdrage (C). A x B - C = subsidie.
**3..** De subsidie voor activiteiten in artikel 3 lid 1 onder b wordt als volgt berekend: Aantal uren bezette kindplaatsen voorschoolse educatie eerste en tweede dagdeel (A) maal het maximum uurtarief uit de rijksregeling (B) minus de ouderbijdrage (C) plus aantal uren bezette kindplaatsen voorschoolse educatie derde en vierde dagdeel (D) maal € 9,00. (A x B – C) + (D x 9) = subsidie.
Artikel 7.