**1..** Minimaal één klein blusmiddel met een vulling van tenminste 6 kg of liter blusstof dient aanwezig te zijn. Het kleine blusmiddel is permanent bereikbaar en voor onmiddellijk gebruik gereed. Elk klein blusmiddel wordt conform de NEN 2559 onderhouden.
**2..** Het stoken vindt plaats onder het voortdurende toezicht van een meerderjarige. Deze is verantwoordelijk voor het gebruik van blusmiddelen en is geïnstrueerd over het gebruik hiervan.
**3..** Het vreugdevuur is minimaal op een afstand van:
10 meter van de openbare weg;
50 meter van een gebouw of bouwwerk;
50 meter van bos, heide of struikgewas
gelegen.
Indien dit niet haalbaar is, dan kan middels een stralingsberekening worden aangetoond dat de gewenste situatie op een veilige manier haalbaar is. Uitzondering hierop is de afstand tot rijks(snel)wegen (A-wegen), provinciale wegen (N-wegen), spoor- en waterwegen. Om te voorkomen dat het verkeer op deze wegen ernstige hinder ondervindt van de rook afkomstig van het vreugdevuur, moet de minimale afstand 500 m bedragen tot de rand van de (water)weg of spoortraject.
**4..** Een scheidende zandlaag wordt aangebracht tussen de bodem en de brandstapel. Deze scheidende zandlaag heeft een dikte van minimaal 20 cm. De zandlaag is op meer dan 1 meter buiten de diameter van de vuurstapel gelegen.
**5..** Het vreugdevuur mag niet groter zijn dan maximaal 125m3. Maatwerk vindt plaats, indien men niet kan voldoen aan punt 3.
**6..** Het materiaal voor het vreugdevuur mag uitsluitend bestaan uit droog, onbehandeld hout, zoals schoon pallethout of snoeihout dat minimaal een aantal maanden in de open lucht is gedroogd. Snoeiafval is niet toegestaan in verband met rookontwikkeling en eventueel vliegvuur.
**7..** Het gebruik van licht ontvlambare vloeistoffen, zoals benzine, voor het aansteken van het vuur is niet toegestaan.
**8..** Er wordt zodanig gestookt, dat geen vliegvuur ontstaat. Bij windkracht 4 of meer op de schaal van Beaufort mag het stoken geen doorgang vinden. Bij laaghangende mist mag niet worden gestookt.
**9..** Als tijdens het stoken blijkt, dat onder invloed van de heersende weersgesteldheid het verkeer of bewoners in de omgeving last hebben van hinderlijke rookgassen, dan moet het stoken onmiddellijk worden gestaakt.
**10..** Indien men in een droge periode open vuur wil aanleggen, dient eerst de website http://www.natuurbrandrisico.nl geraadpleegd te worden, zodat men op de hoogte is van de op dat moment geldende risicokwalificatie en wat de consequenties zijn voor het aanleggen van het open vuur.
**11..** Tijdens het stoken dient tenminste een Basis Verbanddoos aanwezig te zijn die voldoet aan de inhoudseisen van het Oranje Kruis.
**12..** De stookresten dienen na afloop te worden gedoofd en binnen 24 uur te worden opge¬ruimd.
**13..** De aanvrager/melder is te allen tijde verantwoordelijk voor het vreugdevuur.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4:1