Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten voor de treasuryfunctie:
De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de gemeenteraad goed te keuren derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij vooraf advies van taakveld financieel beleid wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De gemeente neemt in beginsel een terughoudende opstelling in bij het verstrekken van leningen en garanties;
De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
Het beleid betreffende de financiering is gericht op spreiding van toekomstige renterisico’s. Hierdoor wordt voorkomen dat een ongewenst budgettaire belasting kan ontstaan in een jaar waarin voor een substantieel deel van de leningportefeuille hoogrentende leningen c.q. leningconversies moeten worden gesloten c.q. plaatsvinden;
Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen en verenigingen uit hoofde van de publieke taak, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis van een besluit van de gemeenteraad;
Het gebruik van derivaten is niet (meer) toegestaan.
Hoofdstuk
Artikel 3
Uitgangspunten risicobeheer treasuryfunctie
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Opmeer houdende regels omtrent financiën Treasurystatuut 2019 gemeente Opmeer