Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven. 3.. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de verschuldigde belasting voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten als er in dat belastingjaar nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.. De belasting wordt niet geheven, dienen het totale belastingbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, minder dan € 5,00 bedraagt. 6.. Indien de belastingplicht is beëindigd na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Rechtspraak bij dit artikel