Naar hoofdinhoud
Op 22 maart 2012 heeft de gemeenteraad de Activanota gemeente Opmeer 2012 vastgesteld. In verordening 212 is opgenomen dat deze nota eenmaal per vier jaar wordt geactualiseerd. De Activanota wordt dan integraal geactualiseerd, zodat het beleid in één document terug te vinden is. Wijzigingen in BBV en nieuwe gewijzigde inzichten in de activaproblematiek kunnen leiden tot aanpassingen in de uitgangspunten. De gemeente is eigenaar van tal van bezittingen, zoals gebouwen, gronden, machines, infrastructuur, etc. Bedrijfsmatig worden bezittingen activa genoemd. Activa zijn belangrijke hulpmiddelen bij het uitvoeren van de gemeentelijke taken en daarmee voor het bereiken van gemeentelijke doelen. Dit vraagt om een goed beheer van de activa, zowel in feitelijk dagelijks gebruik als in administratief opzicht. Deze nota gaat over het beleid m.b.t. activa en het administratieve beheer van (de materiële) activa. Om een verantwoord beleid op het gebied van de gemeentelijke activa te kunnen voeren, moet de administratie een goed inzicht geven in de omvang van de gemeentelijke activa, de waarde en de waardeverandering van de activa en de financiële lasten die hiermee samenhangen. Uitgangspunt voor de activa-administratie vormen de wettelijke kaders. In de Activanota wordt rekening gehouden met wat is opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de Verordening 212. Het BBV bevat specifieke voorschriften voor het opstellen van de begroting en de verantwoording en de vereisten waaraan deze documenten moeten voldoen. In de verordening 212 zijn de uitgangspunten en regels (de kaders) opgenomen van het financieel beleid, het financieel beheer en de financiële organisatie. Het college voert op grond van de verordening 212 deze uit. In deze verordening moeten ook bepalingen over de activa zijn opgenomen of verwezen worden naar een beleidskader. Het beleidskader maakt dan vervolgens integraal onderdeel uit van de ex artikel 212 Gemeentewet vastgestelde verordening. Voor de inhoud van deze nota is in eerste instantie aansluiting gezocht met al bestaande ‘gedragsregels’ voor de activa in onze organisatie. Vervolgens zijn vooral wijzigingen in de bestaande situatie uitgewerkt op basis van de vernieuwing van de BBV per 1-1-2017. De BBV heeft namelijk in verband met deze vernieuwingen twee nieuwe notities uitgebracht: de Notitie materiele vaste activa 2017 (oktober 2017) en de Notitie rente 2017 (juli 2016). Een aantal aspecten waarin gemeenten een keuzemogelijkheid hadden is via deze nota’s omgevormd tot een richtlijn waar alle gemeenten zich aan moeten houden. De BBV beoogt met de vernieuwingen meer uniformiteit en daardoor vergelijkbaarheid te realiseren tussen gemeenten. De grootste veranderingen zijn: Materiele vaste activa met een maatschappelijk nut moeten worden geactiveerd (voorheen was dat een keuze); Rentelasten moeten via het taakveld treasury toegerekend worden aan de desbetreffende taakvelden met een rente(omslag). Tevens is een scheiding aangebracht tussen het beleidskader, voorbehouden aan de gemeenteraad, en het beheer van de activa, voorbehouden aan het college. Na de inleiding wordt eerst een samenvatting gegeven van de beslispunten die uit deze nota naar voren komen. Daarna komen de volgende punten aan de orde: beschrijving van het begrip activa; waardering van activa; afschrijving van activa; rentetoerekening aan de activa; kapitaallasten in de begroting en jaarrekening (gevolgen voor budgetbeheer); praktische maatregelen voor invoering; de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden budgethouders; de administratieve organisatie en interne controle (procedure). Voor de samenhang tussen de onderwerpen in deze nota is het volgende doel geformuleerd: Het vaststellen van een duidelijke systematiek en richtlijnen voor het administratieve beheer van activa, gericht op het waarborgen van de continuïteit van de gemeentelijke activiteiten. Inwerkingtreding Na vaststelling zullen de wijzigingen ingaan per 1-1-2019. Geactualiseerde afschrijvingstermijnen gaan bijvoorbeeld pas in per 1-1-2019 en alleen voor investeringen vanaf de jaarschijf 2019. Alle voorschriften en beleidskeuzes die in eerdere activanota’s zijn gemaakt blijven geldig voor de periode tot 1-1-2019. De gemeenteraad is bevoegd bij individuele gevallen en binnen de kaders van de BBV af te wijken. De volgende bijlagen zijn toegevoegd aan deze nota: Bijlage I: Relevante artikelen met betrekking tot het activabeleid uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Bijlage II: Afschrijvingstabel

Rechtspraak bij dit artikel