Naar hoofdinhoud
Regelgeving en definities zijn gebaseerd op de Gemeentewet artikel 212, de daaruit voortvloeiende Financiële verordening 212 van de gemeente Opmeer en de BBV artikelen 43 t/m 45 en 49. 2.1Reserves: Het instellen en opheffen van reserves als ook het herbestemmen van reserves is een eigen keuze en bevoegdheid van uw gemeenteraad. Onttrekkingen en toevoegingen aan reserves moeten door uw raad worden goedgekeurd en worden dus altijd via een raadsvoorstel en raadsbesluit aan uw raad voorgelegd. Reserves zijn vermogensbestanddelen (gereserveerd geld) dat onderdeel uit maakt van het eigen vermogen. De gemeenteraad mag de reserves immers zelf instellen opheffen en herbestemmen en kan dus vrijelijk over het geld beschikken. Er zijn 2 verschillende soorten reserves, namelijk de algemene reserve en bestemmingsreserves. 2.1.1De algemene reserve: De algemene reserve is het spaargeld van de gemeente waaraan geen bestemming is gegeven. De algemene reserve wordt gevoed door overschotten van afgesloten begrotingsjaren bijvoorbeeld het rekeningresultaat, incidentele verkoop van eigendommen en andere incidentele baten. De algemene reserve vormt samen met de meeste overige bestemmingsreserves het overgrote deel van de weerstandscapaciteit van de gemeente. Het andere deel is de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Definitie Weerstandscapaciteit (Artikel 11 van het BBV) “De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.” 2.1.2Weerstandsvermogen: Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente de mogelijkheden heeft om zelf financiële risico’s op te kunnen vangen. De relatie tussen het totaal aan financiële risico’s (de vereiste weerstandscapaciteit) en de aanwezige weerstandscapaciteit bepaalt het weerstandsvermogen van de gemeente. Zolang de aanwezige weerstandscapaciteit (“wat we hebben”) groter of gelijk is aan het vereiste weerstandsvermogen (“wat we mogelijk nodig hebben als het berekende risico zich voordoet”) zijn de financiële risico’s voldoende afgedekt. Er bestaat geen voorschrift op basis waarvan de minimale omvang van het weerstandsvermogen wordt vastgesteld. Meer informatie over de berekening van het weerstandsvermogen vindt u in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing in de programmabegroting. 2.1.3Bestemmingsreserves Dit zijn reserves waaraan door uw raad een bepaald doel cq. bestemming is gegeven. Ook bij meerjarige projecten waarbij de fasering in tijd erg onzeker is kan worden gekozen voor financiering via een bestemmingsreserve. Dit om administratief technische problemen met het overhevelen van exploitatiebudgetten vanwege BBV-voorschriften, te voorkomen. Een specifieke bestemmingsreserve is de Egalisatiereserve afschrijvingslasten BBV algemeen. Deze is gevormd ter dekking van kapitaallasten (zgn. afschrijvingsreserves). De afschrijvingsreserves worden in het BBV niet afzonderlijk benoemd, maar zij maken onderdeel uit van de bestemmingsreserves. Het specifieke karakter van de afschrijvingsreserve schuilt hierin dat voor investeringen een specifieke bestemmingsreserve kan worden ingesteld ter dekking van de kapitaallasten. Doelstelling van het inzetten van de afschrijvingsreserve is om, al dan niet gehele, budgettaire neutraliteit te bereiken. Dit wordt in principe alleen gedaan als het meerjarig begrotingssaldo onvoldoende is om de toekomstige kapitaallasten van de betreffende investering te dekken. 2.2Voorzieningen In een aantal gevallen is de regelgeving dwingend in het vormen van een voorziening. Zodra een verplichting of risico zich voordoet waarvan de kosten redelijk zijn in te schatten, moet een voorziening worden gevormd. In onderstaande tabel wordt afhankelijk van een risico-inschatting toegelicht wanneer men bij een mogelijke verplichting of een mogelijk verlies een voorziening moet worden ingesteld. Het instellen van een voorziening en het doen van toevoegingen aan voorzieningen is de bevoegdheid van uw raad. Uw raad heeft bij het vaststellen van voorzieningen echter weinig ruimte voor het maken van keuzen door het verplichtende karakter hiervan. Het college heeft bij voorzieningen de bevoegdheid tot het doen van uitgaven maar legt hierover wel verantwoording af aan uw raad via de daarvoor bedoelde documenten uit de P&C cyclus. Alleen als er sprake is van het vormen van een voorziening groot onderhoud op basis van een onderhoudsplan heeft uw raad de keuze om wel of niet voor een voorziening te kiezen. Voorzieningen zijn onderdeel van het vreemd vermogen van de gemeenten. De gemeente mag namelijk niet vrij beschikken over de gelden aangezien die voor afdekking van specifieke en reële risico’s zijn aangewezen. Aan voorzieningen mag geen rente worden toegevoegd. Geld van derden met een specifiek bestedingsdoel, dat niet van de overheid afkomstig is, wordt ook als voorziening opgenomen. Dit aangezien dit geld niet vrij besteedbaar is door de gemeente. Voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel, afkomstig van de overheid (provincie/rijk) mogen niet als voorziening worden opgenomen. Dit moet als nog te betalen posten op de balans worden opgenomen (Artikel 49 BBV).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel