4.1Voorzieningen
Aan voorzieningen mag géén rente worden toegevoegd omdat voorzieningen altijd (naar beste schatting cq berekeningsmethodiek) dekkend moeten zijn.
4.2Reserves
Er vindt bij reserves geen rente toevoeging plaats. Dit sluit tevens aan bij de aanbeveling van de commissie BBV om geen rente vanuit de reserves door te belasten aan de taakvelden.
Ten behoeve van de duidelijkheid volgt hieronder in een schematisch overzicht, de belangrijkste verschillen tussen de reserves en voorzieningen van een gemeente.
RESERVES
VOORZIENINGEN
- Eigen vermogen
- Vreemd vermogen
- In principe vrij besteedbaar (kan-bepaling)
- Vaste bestemming (zal-bepaling)
- Wijziging van bestemming is mogelijk
- Wijzigen van bestemming is NIET mogelijk
- Intern financieringsmiddel
- (Mogelijk) Toekomstige verplichting ten
opzichte van een derde
- Ontstaan door resultaten in een
(voorgaand) boekjaar
(resultaat-bestemming)
- Oorsprong in (voorgaand) boekjaar door
het openen van een last
(resultaat-bepaling)
- Rentetoevoeging vindt niet plaats.
(toevoeging via de exploitatie)
- Rentetoevoeging niet toegestaan
(uitzondering: bij contante
waardeberekening)
- Aanwending vrij mits raadsbesluit
- Aanwending direct t.l.v. de voorziening
zonder raadsbesluit, slechts voor
betreffende doel
- Tijdelijk karakter
- Structureel karakter
- Gewenste omvang niet (direct) te bepalen
- Omvang gelijk aan de verplichting (volgend
uit een onderbouwde berekening cq beheersplan)
- Raad is verantwoordelijk (= financieel
beleid)
- College is verantwoordelijk (= financieel
beheer), met uitzondering van
voorzieningen ter egalisatie van kosten
waarvan de grondslag van de voorziening
door de raad wordt bepaald.
Artikel 4