Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2019

1.. In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.. Belastingaanslagen, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel a van deze verordening, waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde hoofdregel. 3.. Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaal bedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt. 4.. In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van deze verordening, dat geheven wordt van dagplaats standhouders, worden betaald op het moment van het uitreiken van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel