Naar hoofdinhoud
De cliënt krijgt binnen acht weken na melding een schriftelijke beschikking. In de beschikking wordt in ieder geval opgenomen: welke maatwerkvoorziening wordt ingezet ten behoeve van welke doelen; of de maatwerkvoorziening in natura of als persoonsgebonden budget wordt verstrekt; de duur van de indicatie; op welke wijze bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt en welke kostprijs geldt ten behoeve van de bijdrage in de kosten, zoals bedoeld in artikel 21 van de Verordening. Wanneer een passende plek nog niet beschikbaar is wordt de cliënt op de wachtlijst van de instelling geplaatst. Met hem wordt besproken hoe de periode tot plaatsing kan worden overbrugd, zie ook artikel 4.3.1 ‘Wanneer Beschermd Wonen niet direct beschikbaar is’. De decentralisatie van Beschermd Wonen heeft onder andere tot doel mensen niet langer dan nodig in een instelling en beschermd te laten wonen. Door het stimuleren van de eigen kracht en het uitgaan van de eigen mogelijkheden van de cliënt kan de huidige gemiddelde verblijfsduur mogelijk worden bekort. Daarom is de indicatie voor Beschermd Wonen in beginsel voor maximaal twee jaar. Dit om sturing te geven aan het structureel begeleiden van mensen in Beschermd Wonen en daar waar het kan mensen daadwerkelijk de kans te geven door te stromen. De consulent Beschermd Wonen stelt de indicatieduur vast. Dat een indicatie een einddatum heeft betekent niet dat na afloop van de indicatie geen Beschermd Wonen meer mogelijk is. Indien blijkt dat na deze periode een maatwerkvoorziening (Beschermd Wonen of ambulante ondersteuning) nodig blijft, wordt door de aanbieder of de cliënt een nieuwe melding gedaan. Dit moet minimaal acht weken voor afloop van de indicatie worden gedaan. Een melding kan bij de centrumgemeente worden gedaan. Indien de cliënt minder dan acht weken voor afloop van de indicatie een melding doet, kan het zijn dat de nieuwe indicatie niet direct aansluit op de oude. Wanneer bij een herindicatie de cliënt en de consulent Beschermd Wonen vaststellen dat Beschermd Wonen niet meer aan de orde is, wordt een indicatie voor Beschermd Wonen van maximaal zes maanden afgegeven. In de indicatie worden afspraken vastgelegd over de verwachte inspanningen van de cliënt en aanbieder om een woning te vinden. Ook worden indien nodig afspraken gemaakt over de overdracht van de cliënt naar de betreffende regiogemeente en aanbieders voor ambulante ondersteuning. Wanneer duidelijk is dat de cliënt niet binnen de gestelde tijd kan uitstromen wordt contact opgenomen met de consulent om te bespreken of verlenging van de indicatie mogelijk en nodig is. Indien een indicatie voor Beschermd Wonen is gesteld, maar Beschermd Wonen niet direct beschikbaar is, blijft de bestaande (ambulante) ondersteuning gehandhaafd tot de geschikte Beschermd Wonen plek beschikbaar is. Het kan zijn dat iemand nog geen (ambulante) ondersteuning ontvangt. In dat geval zullen de consulent Beschermd Wonen en de consulent van de Achterhoekse gemeente samen met de cliënt beoordelen wat passende ondersteuning voor de overbruggingstijd is. De indicatie dient volgens de Verordening door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat, waarvoor de indicatie is verstrekt. Er zijn situaties denkbaar, zoals wachtlijsten of opname van cliënt in het ziekenhuis, waardoor de indicatie niet binnen de gehanteerde periode van zes maanden kan worden ingezet. De cliënt dient in een dergelijk geval contact op te nemen met de consulent Beschermd Wonen. De consulent Beschermd Wonen beoordeelt in overleg met de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger of ondersteuner, of een verlenging of aanpassing van de maatwerkvoorziening noodzakelijk is. De kosten voor de ondersteuning ter overbrugging worden door de centrumgemeente betaald. Het kan voorkomen dat een cliënt uit de Achterhoek tijdelijk in een instelling in een andere regio moet verblijven. ‘Tijdelijk verblijf’ is verblijf van maximaal één jaar, waarbij vanaf het begin de intentie aanwezig is om de cliënt terug te laten keren naar de regio Achterhoek. In dergelijke gevallen zal centrumgemeente Doetinchem de plek in de andere centrumgemeente financieren. Indien een cliënt, tijdelijk als gevolg van een behandeling in een ziekenhuis of behandelcentrum of detentie elders wordt opgenomen, moet dit binnen een week na opname bij de centrumgemeente worden gerapporteerd door de aanbieder Beschermd Wonen. Dit geldt ook wanneer de cliënt op eigen initiatief de beschermde woonplek heeft verlaten. De beschermde woonplek bij een organisatie wordt door de centrumgemeente voor een maximum van 14 dagen bekostigd, als ware de cliënt verblijft bij de aanbieder. Vervolgens mag een aanbieder gedurende maximaal tien weken de wooncomponent nog declareren. In het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst is hiervoor het bedrag per dag opgenomen. Wanneer duidelijk wordt dat de cliënt langer dan twaalf weken elders zal verblijven, zal in principe zijn plek bij de aanbieder vervallen. Wanneer de cliënt na deze periode weer beschermd wil gaan wonen, kan de cliënt hiervoor contact opnemen met de consulent Beschermd Wonen. De cliënt kan in overleg met de consulent Beschermd Wonen ervoor kiezen zijn ondersteuning bij een andere aanbieder voor Beschermd Wonen te verzilveren. De cliënt kan pas weer instromen bij de aanbieder als er plaats is.

Rechtspraak bij dit artikel