1. Het bestuursorgaan kan, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, de wet toepassen met betrekking tot:
A. beschikkingen, zoals bedoeld in:
I.
artikel 3 van de Drank- en Horecawet
Uitgezonderd slijterijen tenzij;
sprake is van een bijzonder geval waarbij aanleiding bestaat voor het vermoeden dat de beschikking of opdracht mogelijk mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;
de gemeente op andere wijze bekend is met feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat de beschikking of opdracht mede zou kunnen worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen;
in de gevallen dat het Openbaar Ministerie op basis van artikel 11 j° 26 van de Wet Bibob wijst op de wenselijkheid om een advies aan te vragen.
artikel 4 van de Drank- en Horecawet (para-commerciële instellingen):
artikel 30a van de Drank- en Horecawet voor de melding van een wijziging leidinggevende op het aanhangsel bij de vergunning
II. van de Algemene Plaatselijke Verordening
exploitatievergunning horecabedrijf, op grond van: artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening;
exploitatievergunning voor seksinrichtingen en/of escortbedrijven, sekswinkel op grond van: artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 3:4 en 3:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening;
Evenementen op grond van artikel 7 van de Wet Bibob j° artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening blijft beperkt tot :
vechtsport gala’s;
de bij afzonderlijk besluit van de burgemeester aangewezen evenementvergunningen.
III. artikel 2.1, eerste lid, onder a, e en i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft vergunningaanvragen die worden gedaan voor:
omgevingsvergunning (milieu) Artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder e en i van de Wabo (het oprichten, het veranderen van de inrichting of het veranderen van de werking van een inrichting, het verrichten van een andere activiteit die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving)
De toets wordt beperkt tot de inrichtingen die behoren tot de risicobranches: afvalverwerkingsbedrijven, autoherstel- en demontagebedrijven (waaronder sloopbedrijven), autoverkoop- verhuurbedrijven, vuurwerkhandel- en importeurs en recyclingbedrijven.
omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (bouwen), waarbij
de aanneemsom exclusief BTW (bouwkosten) meer bedraagt dan € 500.000
dan wel sprake is van bouwactiviteiten met een aanneemsom exclusief BTW boven € 50.000 welke betrekking hebben op de volgende risicocategorieën: horeca, prostitutie/seksinrichtingen/escortbedrijven, speelautomatenhallen, coffeeshops, afvalverwerkingsbedrijven, autoherstel- en demontagebedrijven (waaronder sloopbedrijven), autoverkoop- verhuurbedrijven, vuurwerkhandel- en importeurs en recyclingbedrijven.
2. Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregel daarover is bepaald, eveneens de Wet Bibob toe met betrekking tot de intrekking van de in het eerste lid genoemde beschikkingen respectievelijk de ontbinding van de in het eerste lid genoemde overeenkomsten.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op aanvragen van
Overheidsinstanties;
semioverheidsorganisaties;
toegelaten woning(bouw)corporaties (conform Woningbesluit 1932 middels een daartoe verstrekte vergunning)
4. Het bestuursorgaan kan bepalen de Wet Bibob niet toe te passen indien het bestuursorgaan in de periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag aan dezelfde betrokkene eenzelfde vergunning heeft verleend in verband waarmee een vragenlijst als bedoeld in artikel 4 is ingevuld én indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1