Naar hoofdinhoud
De exploitant is verplicht ervoor zorg te dragen dat alle in zijn inrichting aanwezige geluidgevende installaties te allen tijde niet meer geluid produceren dan maximaal 90 dB(A) en 105 dB(C), gemeten op 1 meter voor een luidspreker. Het geluid wordt bepaald door het landtijdgemiddeld beoordelingsniveau gedurende ten minste 1 minuut. Het geluid wordt gemeten met een geluidmeter type 1 en in de meterstand "fast". Indien gebruik gemaakt wordt van aggregaten, moeten die zodanig zijn uitgevoerd dat ze voldoen aan de Best Beschikbare Techniek (BBT). De geluidsboxen moeten op een zodanige manier worden opgesteld dat het geluid naar de binnenzijde van de inrichting wordt uitgestraald. Het college heeft het recht om het maximaal toegestane geluidsniveau te wijzigen. Het college behoudt zich het recht voor om bj inrichtingen van 10 meter of hoger nadere voorwaarden te stellen aan de hoogte waarop geluidsboxen mogen worden gehangen.

Rechtspraak bij dit artikel