**1..** De belanghebbende aan wie bijzondere bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening is verplicht tot een maandelijkse aflossing ter hoogte van 5% van de toepasselijke bijstandsnorm gedurende 6 jaar indien in die periode een uitkering wordt ontvangen. Indien het inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm te boven gaat, bedraagt de aflossingsruimte 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermeerderd met 35% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** Het college kan het percentage als bedoeld in het vorige lid hoger vaststellen indien het (resterende) voor beslag vatbare bedrag door een schuldeiser wordt opgeëist.
**3..** Indien de aflossingsverplichting op grond van het vorige lid wordt verhoogd, dan wordt de periode als bedoeld in het eerste lid naar rato bepaald.
**4..** Het college kan de aflossingsverplichting voor de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid wijzigen indien de uitkering wordt beëindigd/ingetrokken of het inkomen/vermogen wordt gewijzigd.
Hoofdstuk 2 › § 2
Artikel 2.2
Aflossing leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal gemeente Raalte 2019