Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2

Artikel 2.2

Aflossing leenbijstand

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering, kwijtschelding en verhaal gemeente Raalte 2019

1.. De belanghebbende aan wie bijzondere bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening is verplicht tot een maandelijkse aflossing ter hoogte van 5% van de toepasselijke bijstandsnorm gedurende 6 jaar indien in die periode een uitkering wordt ontvangen. Indien het inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm te boven gaat, bedraagt de aflossingsruimte 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, vermeerderd met 35% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm. 2.. Het college kan het percentage als bedoeld in het vorige lid hoger vaststellen indien het (resterende) voor beslag vatbare bedrag door een schuldeiser wordt opgeëist. 3.. Indien de aflossingsverplichting op grond van het vorige lid wordt verhoogd, dan wordt de periode als bedoeld in het eerste lid naar rato bepaald. 4.. Het college kan de aflossingsverplichting voor de belanghebbende als bedoeld in het eerste lid wijzigen indien de uitkering wordt beëindigd/ingetrokken of het inkomen/vermogen wordt gewijzigd.

Rechtspraak bij dit artikel