Naar hoofdinhoud
Het college stelt de maatwerkvoorziening, individuele voorziening vast aan de hand doelen, resultaten en kenmerken van de inwoner. De volgende dakjes met doelen, resultaten en kenmerken worden onderscheiden: Dakje 0-A Pleegzorg Pleegzorg is het (tijdelijk) opvoeden en verzorgen van een jeugdige uit een ander gezin. Pleegouders bieden kinderen een huis, waar ze kunnen rekenen op veiligheid, stabiliteit en een positief leefklimaat. Dakje 0-B Gezinshuizen Een gezinshuis is een vorm van kleinschalige jeugdhulp waarin gezinshuishouder(s) op professionele wijze vorm geven aan de verzorging, opvoeding en begeleiding van een aantal jeugdigen. Dakje 1 Vervanging van de thuissituatie in een professionele 24-uurs setting Kenmerken: de inwoner functioneert redelijk zelfstandig. Voor sociale redzaamheid is beperkte begeleiding nodig. Dit betreft met name toezicht en stimulatie bij het aangaan van sociale relaties en contacten en deelname aan het maatschappelijk verkeer. De inwoner heeft ten aanzien van de psychosociale, cognitieve functies af en toe hulp, toezicht of aansturing nodig. Op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen functioneer de inwoner leeftijdsadequaat. Er is meestal geen of in bepaalde mate sprake van gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek, of deze problematiek is beheersbaar. Dakje 2: Vervangt de thuissituatie, waarbij sprake is van betaalde professionele hulp en 24-uurs actief toezicht. Kenmerken: de inwoner vertoont onvoorspelbaar gedrag en er is sprake van gedragsproblematiek. Er is een (pedagogisch) gekwalificeerde slaapdienst aanwezig. Voor jeugdhulp geldt dat de problematiek zowel van psychische als psychiatrische aard kan zijn. Voor volwassenen geldt dat het om LVB problematiek gaat. De inwoner heeft veel sturing, regulering en toezicht nodig. Er is met name sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief gedrag, ongecontroleerd, ontremd gedrag en reactief gedrag met betrekking tot interactie. De inwoner heeft vaak hulp en soms overname nodig, en kan taken vaak niet zelf uitvoeren. Het gaat met name om het uitvoeren van complexere taken, het regelen van dagelijkse routine en taken die besluitvaardigheid, en oplossingsvaardigheden vereisen. Ten aanzien van het psychosociaal, cognitief functioneren is er af en toe tot vaak hulp, toezicht of sturing nodig. Op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen functioneert de inwoner leeftijdsadequaat, maar er is wel regelmatig behoefte aan toezicht en stimulatie. Het gaat dan om toezicht en stimulatie bij de kleine verzorgingstaken, de persoonlijke verzorging voor tanden, haren, nagels, huid en bij het wassen, eten en drinken. Ten aanzien van de mobiliteit is er doorgaans geen sprake van beperkingen. Dakje 3: Vervangt de thuissituatie waarbij sprake is van onvoorspelbaar gedrag (uitsluitend van toepassing op jeugdhulp). Kenmerken: de jeugdige vertoont onvoorspelbaar gedrag. Er is sprake van ernstige gedragsproblematiek. De problematiek kan zowel van psychische als psychiatrische aard zijn. De jeugdige heeft continu sturing, regulering, behandeling, ondersteuning en toezicht nodig. Er is met name sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief gedrag, ongecontroleerd, ontremd gedrag, reactief gedrag met betrekking tot interactie, zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag, angsten en psychosomatiek. Ten aanzien van het psychosociaal, cognitief functioneren is vaak hulp, toezicht of sturing nodig. Op het gebied van sociale redzaamheid heeft de jeugdige veel hulp nodig. De jeugdige kan vaak taken met veel moeite zelf uitvoeren en heeft daarbij veel hulp of zelfs overname nodig. Het gaat met name om het uitvoeren van complexe taken, het regelen van de dagelijkse routine en taken die besluitvaardigheid en oplossingsvaardigheden vereisen. Op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen functioneert de jeugdige leeftijdsadequaat. Er kan regelmatig behoefte zijn aan toezicht en stimulatie met name bij de kleine verzorgingstaken, de persoonlijke verzorging voor de tanden, haren, nagels en huid en bij het wassen, eten en drinken. Bij deze jeugdige kan sprake zijn van verpleegkundig handelen als gevolg van fysieke gezondheidsproblemen. Ten aanzien van de mobiliteit is er doorgaans geen sprake van beperkingen.

Rechtspraak bij dit artikel