Het college stelt de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van de meest recente Nibud-prijzengids, tenzij de beleidsregels anders bepalen.
In gevallen waarin de Nibud-prijzengids niet voorziet, wordt uitgegaan van de feitelijke noodzakelijke kosten, waarbij het uitgangspunt van de goedkoopst adequate voorziening geldt. Daarbij kan het college richtprijzen, normbedragen en tweedehands prijzen hanteren.
De hoogte van de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten (duurzame gebruiksgoederen en stofferingskosten) wordt vastgesteld aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen tabel met normbedragen. De tabel wordt jaarlijks geïndexeerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.5
Hoogte van de bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019