Het college past artikel 35, tweede lid, van de wet niet toe.
De individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36 van de wet, en de individuele studietoeslag, bedoeld in artikel 36b van de wet, worden niet in aanmerking genomen bij de vaststelling van de draagkracht.
Het college wijst de aanvraag om bijzondere bijstand af indien de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten naar het oordeel van het college kunnen worden bekostigd uit de toepasselijke bijstandsnorm of een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm.
Voor de draagkrachtberekening geldt de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, 23 of 24 van de wet. Het college houdt daarbij geen rekening met kostendelende medebewoners als bedoeld in artikel 19a van de wet of verlaging van de norm in de artikelen 20 en 21 als bedoeld in artikel 27 van de wet.
Bij het vaststellen van de draagkracht gaat het college uit van het beschikken of redelijkerwijs kunnen beschikken over de in aanmerking te nemen middelen.
Indien en zolang de belanghebbende die is toegelaten tot een minnelijk of wettelijk schuldhulpverleningstraject voldoet aan de voorwaarden van dat traject, gaat het college ervan uit dat redelijkerwijs niet kan worden beschikt over middelen.
Een eenmaal vastgestelde draagkracht kan alleen tijdens het draagkrachtjaar worden gewijzigd bij een ingrijpende wijziging in de omstandigheden. Het college beoordeelt dat in het individuele geval.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Algemene beleidsuitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019