Het college kan aan een belanghebbende die als alleenstaande wordt aangemerkt en huurder is van een woning of een kamer bijzondere bijstand verlenen voor de doorbetaling huur indien:
belanghebbende in Nederland in detentie verblijft; en
de periode van detentie (ononderbroken) langer duurt dan 1 maand maar niet meer dan 6 maanden.
De bijstand als bedoeld in lid 1 wordt verstrekt gedurende maximaal 6 maanden.
In afwijking van het bepaalde in de artikelen 4.3 en 4.4 van deze beleidsregels geldt dat alle middelen uit het inkomen en vermogen in aanmerking worden genomen en eerst moeten worden aangesproken. Er is geen vrijlatingsgrens van toepassing.
De bijzondere bijstand wordt rechtstreeks uitbetaald aan de verhuurder, onder aftrek van de huurtoeslag.
Indien pas ná de datum van besluit bekend wordt dat de totale periode van detentie meer dan 6 maanden bedraagt, dan beëindigt het college de toegekende bijzondere bijstand per de eerste dag van de volgende maand na het bekend worden van de detentieduur.
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor doorbetaling huur tijdens verblijf in detentie bij:
een huurachterstand van 2 maanden of meer;
medebewoning van de woning, waarbij de huurverplichting redelijkerwijs overgenomen kan worden;
zelfgekozen detentie in plaats van het betalen van een boete;
verlies van de woning;
een detentieperiode van langer dan 6 maanden;
verblijf in detentie in het buitenland.
Bijzondere bijstand voor doorbetaling huur tijdens detentie wordt slechts eenmaal aan een belanghebbende verstrekt.
De bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verleend, tenzij:
er naar het oordeel van het college sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;
er nog middelen te verwachten zijn, bijvoorbeeld een teruggaaf energielasten, dan wordt de bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van een lening.
Hoofdstuk 5 › § 3
Artikel 5.5
Doorbetaling huur bij verblijf in detentie
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019