Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 4

Artikel 5.7

Jongmeerderjarigen (18, 19 of 20 jaar)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019

Een persoon van 18, 19 of 20 jaar wordt een “jongmeerderjarige” genoemd. Deze jongmeerderjarige kan recht hebben op aanvullende bijzondere bijstand indien de noodzakelijke kosten van het bestaan meer bedragen dan de voor hem geldende bijstandsnorm omdat de jongmeerderjarige zelfstandig woont én hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat: de middelen van de ouder(s) daartoe niet toereikend zijn; of de jongmeerderjarige redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken. De jongmeerderjarige kan zijn onderhoudsrecht in ieder geval niet te gelde maken indien hij: ouderloos is of de ouders (onbereikbaar) in het buitenland wonen, dan wel anderszins onbereikbaar zijn; buiten het gezinsverband van de ouder(s) is geplaatst in het kader van de Jeugdwet; niet verantwoord nog langer bij de ouder(s) kan wonen; of de zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen een zeer ernstig verstoorde relatie heeft met zijn ouders. De noodzakelijke kosten als bedoeld in lid 1 hebben in ieder geval betrekking op: zelfstandige huisvesting indien de jongmeerderjarige daarop is aangewezen; kosten waarin niet wordt voorzien door de inrichting waar de jongmeerderjarige verblijft. De hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand als bedoeld in het vorige lid sub a bedraagt tezamen met de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 20 van de wet niet meer dan de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 21 van de wet. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in lid 3 sub b van dit artikel bedraagt maximaal de norm als bedoeld in artikel 20 lid 1 onder a van de wet. Het recht op bijzondere bijstand wordt in ieder geval beëindigd met ingang van de datum waarop de 21-jarige leeftijd wordt bereikt. Indien het college bijzondere bijstand verstrekt aan de jongmeerderjarige wordt gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot verhaal als bedoeld in artikel 62 van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel