Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Reiskosten voor bezoek gezinsleden of naaste familieleden

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Krimpenerwaard 2019

Onder gezinsleden of naaste familieleden worden verstaan: de partner of bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Onder reiskosten worden kosten verstaan in verband met: het bezoek aan een gezinslid of naast familielid dat verblijft in een ziekenhuis, mits dat verblijf langdurig van aard is. Daarvan is sprake indien het afleggen van de bezoeken langer dan 2 weken voortduurt. Alleen reiskosten die ná 2 weken worden gemaakt kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen; het bezoek aan een gezinslid of naast familielid, dat verblijft in een instelling, niet zijnde ziekenhuis, als bedoeld in de wet of de Wet langdurige zorg of thuis wordt verzorgd dan wel verpleegd; het bezoek van de ouder(s) voor het bezoek aan de instelling, niet zijnde een ziekenhuis, waar hun kind verblijft; het bezoek aan een in Nederland gedetineerd gezinslid of naast familielid. Er bestaat recht op bijzondere bijstand voor reiskosten indien er geen sprake is van een voorliggende voorziening en deze kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De reiskosten van minderjarige kinderen van de belanghebbende als bedoeld in lid 1 kunnen ook voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in lid 2 onder a tot en met c wordt in beginsel gebaseerd op een bezoekfrequentie van maximaal een keer per week. Daarvan kan het college afwijken rekening houdend met de aard van de (familie)relatie die de belanghebbende heeft met de persoon aan wie de bezoeken worden afgelegd. De hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in lid 2 onder d wordt in beginsel gebaseerd op een bezoekfrequentie van maximaal een keer per maand voor twee personen of twee keer per maand voor een persoon. Daarvan kan het college afwijken rekening houdend met de aard van de (familie)relatie die de belanghebbende heeft met de persoon aan wie de bezoeken worden afgelegd of indien de reclassering of de inrichting daartoe een gemotiveerd verzoek indient. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt niet meer dan het OV-tarief volgens de 2e klasse (niet zijnde een toeslagtrein) rekening houdend met het gebruik van een eventuele kortingskaart of reductietarief.

Rechtspraak bij dit artikel