**1..** Aan de directeur wordt mandaat verleend als bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht tot het nemen van besluiten die voortvloeien uit de opdracht aan de dienst, vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling, de dienstverleningsovereenkomst en het bij deze overeenkomst behorende (jaarlijkse) uitvoeringsprogramma.
Het betreft de uitvoering van:
[X] het basistakenpakket en andere taken voor zo ver deze voor alle deelnemers worden uitgevoerd als bedoeld in artikel 4 van de regeling (structureel collectief)
[X] structureel facultatieve taken als bedoeld in artikel 5 van de regeling (structureel niet-collectief)
[X] incidentele facultatieve taken als bedoeld in artikel 6 van de regeling
inclusief alle handelingen en besluiten ter voorbereiding en uitvoering van het gemandateerde besluit.
**2..** Het mandaat in het eerste lid ziet niet op:
[X] ontwerp-besluiten en besluiten op vergunningaanvragen
[X] ontwerp-besluiten en besluiten voor het opleggen, wijzigen of intrekken van maatwerkvoorschriften in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer
[X] besluiten tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen, tenzij sprake is van spoedeisenheid.
[X] besluiten op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht
[X] besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of afkopen van mogelijke geschillen.
[X] besluiten tot het voeren van rechtsgedingen en tot het zelf voeren van bezwaar- of beroepsprocedures
[X] besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3, Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 4.