Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de ontvanger van een budgetsubsidie, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, verplichten tot betaling van een vergoeding aan de gemeente in de in artikel 4:41, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen. 2.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding houdt het college rekening met de mate waarin de subsidie heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen en/of relateert het college de hoogte van de vergoeding aan de reeds geleverde activiteiten. 3.. Het besluit tot vaststelling van de vergoeding geeft de hoogte van de vergoeding aan en verrekent deze, indien mogelijk, met de subsidie. 4.. Het vormen van een algemene reserve als gevolg van de subsidieverstrekking mag jaarlijks niet meer bedragen dan 10% van de jaarlijkse subsidiesom. 5.. Dit artikel is niet van toepassing in gevallen waarin de activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva, met toestemming van het college, tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel