Geen haven- en/ of kadegeld wordt geheven voor het gebruik maken van de haven en/of kade ten behoeve van:
1. rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst;
2. gemeentevaartuigen;
3. hospitaalschepen;
4. vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de havenmeester aantonen dat zij wegens ernstige familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de haven en/of kade gebruik moeten maken, mits er niet geladen en/of gelost wordt;
5. vrachtschepen, die aanleggen tot het doen van inkopen van levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uur en er gedurende die tijd niet geladen en/of gelost wordt;
6. vrachtschepen die voorafgaand gereserveerd hebben en op zaterdag na 12.00 uur aankomen en op maandag vóór 10.00 uur vertrekken zonder te hebben geladen en/of gelost;
7. vaartuigen die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen, mits er niet wordt geladen en/of gelost. De ijsgang wordt gerekend aan te vangen met de dag waarop van rijkswege de boeien worden weggenomen en op te houden met de dag waarop de boeien worden herplaatst;
Hoofdstuk
Artikel 9.
Vrijstellingen
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN SCHEEPVAARTRECHTEN 2019