Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Begrenzing van het recht op een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2019

1.. Er bestaat geen recht op een maatwerkvoorziening of een pgb voor het inkopen van een dergelijke voorziening, indien: het gevraagde voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; de aanvraag betrekking heeft op kosten die de inwoner voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij: het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven; of het college de noodzaak, de mate van compensatie en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. op grond van enige andere wettelijke of niet-wettelijke regeling aanspraak op de voorziening bestaat; deze als gevolg van de beperking van de inwoner voor zichzelf of voor derden onveilig is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt of niet bevorderlijk is voor de gezondheid, of het functioneren van de inwoner; de inwoner door zijn gedrag een risico voor de hulpverlening is. 2.. Het college kan besluiten dat de inwoner niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie of een pgb voor de inkoop van een dergelijke voorziening als: het college van oordeel is dat de inwoner zijn hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen; deze noodzakelijk is doordat de inwoner een eerder verstrekte maatwerkvoorziening heeft gebruikt op een wijze die niet voldeed aan de eisen die aan die verstrekking waren verbonden, dan wel die maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt. 3.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel