Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2019

1.. Het college verleent met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.3.6 van de wet op verzoek van de cliënt een pgb indien: de cliënt naar het oordeel van het college al dan niet met hulp uit het sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, en in staat kan worden geacht om de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 2.. De hoogte van een pgb: wordt gebaseerd op een door de inwoner opgesteld plan waarin de wijze van besteding van het pgb wordt toegelicht; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, indien nodig aangevuld met een bedrag voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate beschikbare maatwerkvoorziening in natura. 3.. De hoogte van het pgb-tarief wordt bepaald voor: een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de inwoner zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, groepsbegeleiding en activerend werk: op het laagst toepasselijke tarief waarvoor deze hulp of ondersteuning in natura is gecontracteerd, minus 15 procent; beschermd wonen: op het laagst toepasselijke tarief waarvoor deze voorziening in natura is gecontracteerd, minus de hotelmatige kosten en huisvestingskosten, minus 15 procent; een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die de gemeente hiervoor zou betalen aan een door de gemeente gecontracteerde leverancier; verhuis- en herinrichtingskosten: op basis van de laagste kostprijs van de verhuizing en de herinrichting die hiervoor zou worden gehanteerd door door de gemeente geconsulteerde verhuizer en leveranciers, en rekening houdend met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende verhuizer; woningaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde of geconsulteerde aannemer en rekening houdende met de keuze van de cliënt om al dan niet gebruik te maken van een erkende aannemer. 4.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid onder b wordt de hoogte van het pgb-tarief voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning die wordt betrokken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de inwoner bepaald op het laagst toepasselijke tarief waarvoor de betreffende individuele voorziening in natura is gecontracteerd, minus 31 procent. 5.. In afwijking van het bepaalde in het derde lid onder b wordt de hoogte van het pgb-tarief voor begeleiding en groepsbegeleiding die wordt betrokken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de inwoner gebaseerd op het bedrag dat hiervoor op 1 januari 2015 onder de Wet langdurige zorg werd gehanteerd. 6.. Indien de persoon uit het sociaal netwerk als bedoeld in het vierde en vijfde lid de daar bedoelde hulp of ondersteuning bedrijfsmatig aan de inwoner verleent, geldt het tarief als bedoeld in het derde lid. 7.. Hulp of ondersteuning wordt bedrijfsmatig verleend door een persoon die behoort tot het sociale netwerk indien de betreffende persoon: aantoonbaar gekwalificeerd is; de hulp of ondersteuning verleent met inachtneming van de kwaliteitseisen als bedoeld in artikel 3.1, eerste en tweede lid van de wet, en; de hulp of ondersteuning verleent ter uitvoering van een overeenkomst van opdracht. 8.. Indien de hulp of ondersteuning wordt betrokken van een persoon buiten het sociale netwerk, die niet voldoet aan de eisen onder a en b in het vorige lid, geldt het tarief als bedoeld in het vierde of vijfde lid. 9.. Het college kan in of bij nadere regels de tarieven vastleggen die voortvloeien uit dit artikel en die gehanteerd worden bij het vaststellen van een pgb. 10.. Een pgb wordt niet besteed aan: tussenpersonen en belangenbehartigers; eenmalige uitkeringen; feestdagenuitkeringen; administratieve kosten van de zorgaanbieder; hulp of ondersteuning die zonder toestemming van het college daartoe in het buitenland wordt afgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel