Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.2

Artikel 3.2.5

Begrenzing van het recht op een woonvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2019

1.. Een woonvoorziening wordt geweigerd: voor het verblijf in een hotel/pension, trekkerswoonwagen, klooster, tweede woning, vakantiewoning of recreatiewoning; indien de beperkingen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of uit de slechte staat van onderhoud van de woonruimte; indien het woonruimte betreft die niet bestemd is om permanent bewoond te worden; indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond, tenzij er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden; indien de inwoner niet is verhuisd naar de op dat moment beschikbare, voor zijn of haar beperkingen meest geschikte woning, tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het college. 2.. Een woningaanpassing kan worden geweigerd, indien: het een specifiek op mensen met beperkingen gericht woongebouw betreft, waarbij de aanpassingen bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; het een niet zelfstandige woonruimte betreft; het woonruimte betreft die de inwoner zonder recht of titel of op basis van een tijdelijke huurovereenkomst bewoont. 3.. Een pgb voor verhuis- en inrichtingskosten wordt niet verstrekt aan een inwoner die verhuist naar een Wlz-instelling of een andere instelling of locatie gericht op het verstrekken van zorg.

Rechtspraak bij dit artikel