Inkomensvoorwaarde.
Voor kwijtschelding kunnen in aanmerking komen de belastingschuldige met een inkomen lager of ter hoogte van het sociaal minimum.
Is het inkomen hoger dan het sociaal minimum dan is kwijtschelding afhankelijk van de hoogte van het inkomen in verhouding tot de huur, rentelast eigen woning, heffingskortingen, ziektekosten, te ontvangen of te betalen alimentatie, belastingschuld en eventuele bijzondere kosten. De persoon belast met de kwijtschelding maakt een draagkrachtberekening en 80% van de aanwezige draagkracht per jaar wordt geacht aangewend te worden ter voldoening van de voor kwijtschelding in aanmerking komende belastingen. Op basis van het resultaat van deze berekening wordt de hoogte van de kwijtschelding bepaald.
Vermogensvoorwaarde.
In afwijking van artikel 12, tweede lid onder d en f van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 mag het totale bedrag aan financiële middelen van de belastingschuldige niet meer bedragen dan het vermogen als bedoeld in artikel 34, derde lid onder a, b en c van de Participatiewet.
Kostendelersnorm:
Op verzoeken om kwijtschelding die op of na 1 januari 2018 bij de ontvanger worden ingediend is de kostendelersnorm van toepassing (koppeling met art. 22a van de Participatiewet).
Artikel 12