Een belanghebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder b van deze verordening als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Hierbij wordt de toepasselijke bijstandsnorm voor alleenstaande ouders verhoogd met een bedrag gelijk aan 20% van de echtparennorm.
Artikel 3.