**1..** Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie op basis van de volgende voorwaarden:
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en
die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
Het college kan advies inwinnen over het oordeel of de aanvrager tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. De adviseur neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.
**2..** Het college gebruikt de onder lid 3 omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. Het college kan hierbij advies inwinnen over de vaststelling van de loonwaarde van een persoon uit de doelgroep. Men neemt daarbij de onder lid 3 omschreven methode in acht.
**3..** Het college maakt gebruik van de loonwaardemethode om de loonwaarde van een persoon te bepalen.
Het college neemt het advies van het werkbedrijf over de te hanteren loonwaardemethode in overweging.
De loonwaardemethode is een objectieve meting van competenties gebaseerd op kennis van werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt. De definitieve bepaling van de loonwaarde vindt eerst plaats na bedrijfsbezoek. De bepaling van loonwaarde wordt vastgelegd in een schriftelijk rapport met advies.
Een loonwaarde wordt individueel bepaald als iemand aan 2 criteria voldoet:
de persoon behoort tot de doelgroep;
er is een werkgever die werk tegen een bepaald cao salaris-aanbiedt.
De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat ter beschikking wordt gesteld op basis van het cao van de werkgever, afgezet tegen de pretstatiemogelijkheid van de klant om een arbeidsprestatie te leveren.
Periodiek kan de loonwaarde opnieuw worden bepaald.
**4..** Het college bepaalt de loonkostensubsidie nadat de loonwaarde is vastgesteld.
De loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het wettelijk minimum loon voor de werkgever voor het verschil tussen de loonwaarde en het wettelijk minimum loon gedurende de arbeidsperiode of zoveel korter als het college redelijk acht.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9
Loonkostensubsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening PW, IOAW, IOAZ gemeente Staphorst