Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › Paragraaf

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Alphen aan den Rijn 2014

1. Het college stelt een Bomenlijst vast, waarop beschermwaardige bomen in de gemeente worden vermeld. 2. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de houtopstanden te vellen of te doen vellen, die staan vermeld op de in het eerste lid van dit artikel genoemde Bomenlijst. 3. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning in het eerste of tweede lid worden geweigerd op grond van: a. de natuurwetenschappelijke waarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand; of g. de dendrologische waarde van de houtopstand. 4. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht en/of vergoeding van de waarde van de boom opleggen onder nader te stellen regels. 5. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval verleend wanneer er sprake is van: a. een binnen afzienbare tijd te verwachten gevaarlijke situatie ten gevolge van een ernstige aantasting van de boom, door bijvoorbeeld zwammen; b. sterfte van de boom; c. het voldoen van de verplichting tot het verwijderen van houtopstand in niet openbaar gebied binnen de afstand van 2 meter van de erfgrens, zoals bedoeld in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek. 6. Het bevoegd gezag kan mondeling toestemming geven voor het direct vellen van en een houtopstand indien sprake is van direct gevaar voor veiligheid van personen of zaken en indien een ziekte die krachtens de Plantenziektewet door middel van het vellen van de boom bestreden moet worden. De mondelinge toestemming wordt zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en aan de aanvrager en belanghebbenden toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel