**1..** Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de langdurigheidstoeslag de belanghebbende die gedurende een onafgebroken periode van 36 maanden aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is 101% van de voor hem geldende bijstandsnorm en geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.
**2..** Indien het inkomen als bedoeld in het eerste lid hoger is dan 101% van de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, en de overschrijding niet meer is dan 3 maal het bedrag van de langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 3 eerste lid, komt de belanghebbende in aanmerking voor een gedeeltelijke langdurigheidstoeslag.
**3..** Ten aanzien van perioden waarin een belanghebbende is uitgesloten van het recht op bijstand of de uitkering is verlaagd op grond van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand Scherpenzeel wordt een belanghebbende voor de toepassing van het eerste lid geacht tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4..** Ten aanzien van perioden waarin bij gehuwden één echtgenoot is uitgesloten van het recht op bijstand worden zij voor de toepassing van het eerste lid geacht tenminste een inkomen te hebben gehad ter hoogte van 100 procent van de norm geldend voor gehuwden.