Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf

Artikel 4:10

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Tynaarlo 2019

1.. In deze afdeling wordt verstaan onder: achtererfgebied: erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 m achter het snijpunt met de voorgevel, en, aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; bomensingel: lijnvormige element als begrenzing langs wegen of cultuurgronden, rond erven en of gebouwen. Een bomensingel heeft geen grondlichaam zoals een houtwal en kan variëren in breedte, boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een stamdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld; boomwaarde: waarde van de boom vastgesteld volgens de methode Raad of het Rekenmodel boomwaarde; dunning: velling ter bevordering voor de duurzame instandhouding van de houtopstand. Wordt de kroonsluiting teruggebracht tot minder dan 60%, dan is er sprake van kap; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen; houtopstand: één of meer bomen, hakhout een houtwal, een beplanting van bosplantsoen; houtwal: lijnvormige element als begrenzing langs wegen of tussen cultuurgronden, landbouwgronden, weilanden en percelen. Een houtwal bestaat uit een grondlichaam met al dan of niet een greppel aan beide zeiden met daarop een struiklaag en eventueel een kruidenlaag en een bomenlaag; kandelaberen: het uitdunnen van de kroon van een boom, waarbij de resterende takken tot ongeveer de helft van hun lengte worden teruggesnoeid, met dien verstande dat het in stand houden van de door kandelaberen ontstane kroonvorm onder het begrip knotten valt; knotten: periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats; laanbeplanting: bomen die aan weerszijden van een weg of pad staan in een regelmatig ritme; kweekgoed: bomen in alle boomsoorten bestemd voor verkoop en geteeld op daarvoor bestemde terreinen; monumentale boom: een boom met een leeftijd van minimaal 80 jaar. De boom is door zijn leeftijd en verschijning beeldbepalend, onvervangbaar voor het karakter van de omgeving en van landelijk belang. Een uitzondering op de leeftijd van 80 jaar kan gemaakt worden voor een herdenkingsboom of een boom met een grote dendrologische waarde. Verder mogen de bomen niet in een onherstelbare slechte conditie verkeren en volledig verval van de boom mag niet binnen tien jaar te verwachten zijn. toekomstig monumentale boom: Een solitaire boom of boomgroep van minimaal 50 jaar oud die de potentie heeft om uit te groeien tot een monumentale boom. Daarnaast kan een boom waardevol zijn als deze is geplant met de intentie een bijzonder element in de openbare ruimte te gaan vormen op basis van locatie of omvang. brink: een openbare dorpsruimte, centraal in het dorp of langs de rand, begroeid met gras en hoogopgaande (eiken)bomen. 2.. In deze afdeling wordt onder kappen mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 3.. Voor het bepalen van de stamdoorsnede van een boom gelden de volgende richtlijnen: de stamdoorsnede wordt gemeten op 1,3 meter boven het maaiveld; bij meerstammige bomen geldt de doorsnede van de dikste stam.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel