Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I

Artikel 4

Diepte mandatering

Onderdeel van Mandaatbesluit Mook en Middelaar 2019

1.. de uitoefening van de bevoegdheden in het bij dit besluit behorende register ligt bij de direct leidinggevende en in een aantal gevallen bij de medewerker. 2.. de uitoefening van alle bevoegdheden in het bij dit besluit behorende register ligt bij de gemeentesecretaris. 3.. de uitoefening van de bevoegdheden in het bij dit besluit behorende register inzake (routine)correspondentie en uitvoering ligt bij de medewerkers. 4.. als een direct leidinggevende het te nemen besluit heeft voorbereid, ligt het mandaat bij de gemeentesecretaris. In het geval waarin de gemeentesecretaris een te nemen besluit heeft voorbereid, ligt het mandaat, met in achtneming van de (specifieke) voorwaarden in de laatste kolom van het bij dit besluit behorende register, bij het college of de burgemeester. 5.. in alle gevallen waarin de medewerker bevoegd is, zijn tevens de direct leidinggevende en de gemeentesecretaris bevoegd. 6.. in alle gevallen waarin de direct leidinggevende bevoegd is, is tevens de gemeentesecretaris bevoegd. 7.. de uitoefening van het ondertekeningsmandaat beperkt zich in alle gevallen tot de direct leidinggevende en de gemeentesecretaris.

Rechtspraak bij dit artikel