Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:22 GAR kan een reiskostenvergoeding ten behoeve van het woon-werkverkeer uitsluitend worden toegekend indien:
a. daartoe een verhuisplicht als bedoeld in artikel 18:1:16 GAR ten grondslag ligt;
b. of het bepaalde in artikel 18:1:17 GAR van toepassing is.