Lid 1
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:11 GAR wordt voor de berekening van de toelage onregelmatige dienst het uurloon van de ambtenaar gehanteerd, tenzij dit uurloon uitgaat boven het uurloon behorende bij het maximum van salarisschaal 6. In dat geval wordt het uurloon behorende bij het maximum van salarisschaal 6 gehanteerd ten behoeve van de berekening van de toelage onregelmatige dienst.
Lid 2
De toelage onregelmatige dienst kan zowel achteraf (op basis van het gerealiseerde rooster) worden toegekend, als vooraf (op basis van het geplande rooster) bij wijze van voorschot worden toegekend.