Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Onderzoek (grondslag artikel 2.3 Verordening SD)

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Het college onderzoekt, na melding van de hulpvraag of aanvraag voor een individuele voorziening, in samenspraak met de jeugdige en of zijn ouder(s) en deskundigen, voor zover nodig: de behoefte, persoonskenmerken en de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; de mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s) om op eigen kracht of met ondersteuning van het sociaal netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden, onder toepassing van het protocol gebruikelijke hulp Jeugdwet (bijlage 2a); de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening; de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; de wijze waarop de individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders; de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb waarbij de jeugdige of zijn ouder(s) conform artikel 8.1.6 van de wet, in voor hen begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze. 2.. Als een familiegroepsplan, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet, is opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.. Het college informeert de jeugdige of zijn ouder(s)over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen om hun persoonsgegevens te verwerken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel