Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 3.3

Hoogte inkomenstoeslag

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1.. Indien er op de peildatum, sprake is van gehuwden en één van beiden voldoet niet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.18 lid 1 van de Verordening SD Eindhoven dan is artikel 3.19 lid 1 sub a van de Verordening SD Eindhoven van toepassing. 2.. Bij de vaststelling van de hoogte van het inkomen, bedoeld in artikel 3.17 sub a van de Verordening SD Eindhoven wordt buiten beschouwing gelaten: een eerder verstrekte inkomenstoeslag en/of een premie, als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub j van de Participatiewet en/of een onkostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub k van de Participatiewet inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub n van de Participatiewet 3.. Bij toepassing van de indexering worden de bedragen afgerond op € 1,- naar boven. 4.. Bij de toepassing van de inkomstenvrijlating als bedoeld in artikel 31 lid 2 sub n en r van de Participatiewet: gaat het college er per definitie vanuit dat de vrijlating bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; stelt het college het recht op een inkomstenvrijlating ambtshalve vast of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag; stelt het college het recht op een inkomstenvrijlating voor personen die freelance of als zelfstandige werken op aanvraag vast. Dit geldt ook voor personen met een Bbz-uitkering (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen); bepaalt het college, als dit noodzakelijk is, welke gegevens een uitkeringsgerechtigde voor de vaststelling van het recht op een inkomstenvrijlating moet verstrekken, alsmede de wijze en het tijdstip waarop hij de gegevens moet verstrekken; wordt de inkomstenvrijlating éénmalig per bijstandsperiode toegepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel