Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.10

Wijze vaststelling pgb-tarieven algemeen (geldig met ingang van 1 maart 2018)

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

Vervallen met ingang van 1 juli 2018. Artikel 4.10aPgb op basis van prijzen en tarieven maatwerkvoorzieningen in natura Voor de maatwerkvoorzieningen, die de gemeente in natura beschikbaar heeft en voor beschermd wonen in een kleinschalig wooninitiatief, wordt de hoogte van het pgb op basis van bijlage 3 bepaald. Artikel 4.10b Pgb bij meerdere zorgverleners Indien de cliënt voor de uitvoering van een maatwerkvoorziening gebruik maakt van meerdere zorgverleners dan wordt het pgb voor die maatwerkvoorziening berekend op basis van de verhouding van inzet naar categorie zorgverlener. Artikel 4.10cBeschikbaarstelling pgb 1. Het pgb wordt pas ter beschikking gesteld aan de cliënt als het college de zorgovereenkomst conform het format van de SVB of de offerte of factuur heeft geaccepteerd en de hoogte en duur van het pgb heeft vastgesteld middels een beschikking. 2. Vanaf de datum van de beschikking, bedoeld in het vorige lid, wordt het pgb beschikbaar gesteld aan de cliënt voor de duur van de indicatie in het lopend kalenderjaar. Indien de indicatie het kalenderjaar overschrijdt, dan wordt de hoogte van het pgb uiterlijk op 1 november vastgesteld en in december beschikbaar gesteld voor het daaropvolgend kalenderjaar. Artikel 4.11Pgb-tarieven zorgaanbieders, zelfstandige zonder personeel en sociaal netwerk Vervallen met ingang van 1 juli 2018. Artikel 4.12 Pgb voor hulpmiddelen (geldig met ingang van 1 maart 2018) Vervallen met ingang van 1 juli 2018. Artikel 4.13 Pgb huurderving en verhuiskosten 1. De hoogte van het pgb bij huurderving is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, met een maximum van het per maand subsidiabele bedrag als bedoeld in artikel 13 eerste lid onderdeel a Wet op de Huurtoeslag. Het pgb wordt maximaal zes maanden verstrekt, waarbij de eerste maand voor eigen rekening is. 2. Het pgb voor de verhuiskosten bedraagt: a. € 2.214,86 voor een cliënt, die naar een reeds aangepaste woonruimte verhuist en waarbij geen sprake is van een eerste verhuizing naar een zelfstandige woonruimte. b. € 3.689,65 voor de inwoner die op verzoek van het college de woonruimte ontruimt ten behoeve van een cliënt. Artikel 4.14 Pgb vervoerskosten voor het zich lokaal verplaatsen 1. Het pgb vervoerskosten voor het zich lokaal verplaatsen bedraagt bij het gebruik van: a. een (eigen) auto/ vervoer derden €1.237,72 per jaar; b. een bruikleenauto € 797,73 per jaar; c. al dan niet aangepaste (niet-elektrische) gesloten buitenwagen, 50% van de vergoeding zoals opgenomen in het eerste lid onderdeel b; d. een taxi € 1.237,72 per jaar op basis van declaraties; e. een rolstoeltaxi € 1.857,11 per jaar op basis van declaraties; f. begeleiding bij openbaar vervoer €619,39 per jaar; g. de kosten van en voor het aanbrengen van de voorziening in de eigen auto en, indien van toepassing, de keuringskosten van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en onderhouds- en reparatiekosten. Voor de bepaling van het pgb is artikel 4.7b Verordening SD van toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het pgb voor gebruikers van andere vervoersvoorzieningen zoals scootmobiel, aangepaste fietsen en elektrische buiten rolstoelen, ongeacht de snelheid, maximaal 75% van het gemaximeerde pgb als bedoeld in het eerste lid. 3. Een cliënt, die gebruik kan maken van andere vervoersvoorzieningen, zoals een scootmobiel, aangepaste fiets en elektrische buiten rolstoel, krijgt maximaal 850 kilometer per jaar in het collectief vraagafhankelijk vervoer. 4. In afwijking van het eerste lid krijgen partners met een gezamenlijke huishouding in totaal maximaal 150% van de normbedragen vergoed. 5. In afwijking van het eerste lid gelden voor kinderen tot 15 jaar de onderstaande vergoedingen: a. 0 tot 4 jaar geen vergoeding; b. 4 tot 12 jaar per jaar maximaal 25% van het normbedrag genoemd onder het eerste lid, onderdeel a tot en met f; c. 12 tot 15 jaar per jaar maximaal 50% van het normbedrag genoemd onder het eerste lid, onderdeel a tot en met f. 6. Het pgb vervoerskosten voor het zich lokaal verplaatsen wordt per kwartaal achteraf ter beschikking gesteld aan de cliënt. Artikel 4.15 Pgb voor vervoersvoorziening voor bovenregionaalgebruik 1. Cliënt kan voor een vervoersvoorziening, die verder reikt dan het lokaal vervoer, in aanmerking komen als het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door cliënt zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de cliënt noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen; 2. De bovenregionale vervoersbehoefte van cliënt wordt per kalenderjaar in kilometers bepaald. 3. Het pgb wordt per kwartaal achteraf ter beschikking gesteld aan cliënt Artikel 4.16 Pgb voor een sportvoorziening 1. Cliënt kan in aanmerking komen voor een pgb voor de aanschaf van een sportvoorziening, als sportbeoefening uitsluitend mogelijk is met een sporthulpmiddel. 2. De hoogte van het pgb, als bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de werkelijke kosten van de sportvoorziening tot een maximum van € 6.407,49, welk bedrag bedoeld is als vergoeding voor de aanschaf-, onderhouds- en reparatiekosten, voor de duur van een periode van vijf jaar. 3. Het college legt in een programma van eisen vast aan welke voorwaarden de sportvoorziening moet voldoen. Artikel 4.17 Pgb-tarieven voor hulp bij het huishouden Vervallen met ingang van 1 juli 2018. Paragraaf 4.5 Algemene verplichtingen pgb (grondslag artikel 4.6 en 7.1 Verordening SD) Artikel 4.19 Algemene verplichtingen pgb Vervallen met ingang van 1 juli 2018. Paragraaf 4.6 Bijdrage in de kosten (grondslag artikel 4.9 Verordening SD) Artikel 4.20 Bijdrage in de kosten maatwerkvoorziening in natura of pgb 1. Een cliënt is per maand een bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb verschuldigd aan het college. 2. Voor de berekening van de hoogte van de bijdrage in de kosten wordt aangesloten bij de landelijke berekeningssystematiek van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. geschrapt 4. geschrapt 5. De bijdrage in de kosten voor collectief vraagafhankelijk vervoer is € 0,75 per zone tot 1 maart 2020 Vanaf 1 maart 2020 is de bijdrage in de kosten € 0,172 per kilometer plus een opstaptarief van € 0,98. 6. Bij een pgb wordt de bijdrage in de kosten niet ingehouden op het uit te keren pgb-bedrag. Dit betekent dat de cliënt, evenals bij maatwerkvoorzieningen in natura, geld moet reserveren om de bijdrage in de kosten te betalen. Paragraaf 4.7 Waardering mantelzorgers (grondslag artikel 4.8 Verordening SD)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel