Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 6.3

Artikel 6.8

kwijtschelding niet-verwijtbare vordering na verloop van drie jaar

Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven

1. Ten aanzien van vorderingen welke niet zijn ontstaan als gevolg van schending van een inlichtingenplicht kan op aanvraag van de debiteur sprake zijn van kwijtschelding indien de debiteur: a. gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan (dan wel in totaal 36 maanden / termijnen heeft betaald), waarbij zijn gemiddelde inkomen in die periode de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtvordering niet te boven is gegaan of overeenkomstig de vastgestelde draagkracht was; of b. gedurende drie jaar jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover eventueel verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of c. gedurende drie jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. 2. De kwijtschelding als bedoeld in het eerst lid vindt enkel plaats indien sprake is van een door het college en debiteur overeengekomen plan van aanpak met betrekking tot de gehele schuldsituatie en mogelijke andere leefgebieden, zoals participatie waaraan de debiteur medewerking verleent. 3. Afzien van verdere invordering als bedoeld in het eerste lid vindt niet plaats ten aanzien van vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt of geldleningen bij eigen woning als bedoeld in artikel 50 Participatiewet, behoudens voor zover die niet op dat goed of die goederen verhaald kunnen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel