In deze paragraaf wordt verstaan onder:
24-uurs verblijf maatschappelijke opvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse leefgebieden en eventueel voeding;
24-uurs verblijf vrouwenopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, al of niet op een geheim adres, voor vrouwen met of zonder hun kinderen die gevlucht zijn voor huiselijk geweld of dreiging van relationeel geweld. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid en groepsbegeleiding op diverse leefgebieden en eventueel voeding;
Crisisopvang: het bieden van tijdelijke 24-uursverblijf in een crisissituatie door een instelling;
Passantenopvang / nachtopvang: het bieden van een verblijf voor de nacht met voeding door de instelling;
Instroomhuis: een 24-uurs voorziening voor de eerste opvang van cliënt, waar hij/zij maximaal 16 weken verblijft en waarin gedurende die periode gewerkt wordt aan stabilisatie en diagnosestelling (fase 1) en het in samenspraak ontwerpen en uitvoeren van een passend traject op alle leefgebieden. Na maximaal 16 weken stroomt cliënt uit naar passende en meer permanente vervolghuisvesting.
Begeleid wonen: een door een instelling aan een cliënt ter beschikking gestelde woonvorm waarbij de cliënt:
1. zelfstandig woont of in een kleine gemeenschap woont en
2. specialistische ondersteuning krijgt, maar nog geen regie heeft over een aantal aspecten van het wonen en
3. een vergoeding voor gebruik van die woonruimte, op grond van een woonbegeleidingsovereenkomst, aan die instelling is verschuldigd en niet rechtstreeks aan een woningcorporatie of particuliere verhuurder.
Instelling: een rechtspersoon die subsidie van de gemeente Eindhoven ontvangt of is gecontracteerd voor het bieden van 24-uurs verblijf, ondersteuning wonen, specialistische ondersteuning, crisisopvang, begeleid wonen of passantenopvang/nachtopvang, bij het verlaten van de thuissituatie door de cliënt, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.8
Artikel 4.22
Begripsbepalingen
Onderdeel van Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven